Naadloos

Het is zondagavond rond elf uur en ik ben aangeland op de halte museumplein richting het centraal station.

De grote hausse van klassieke muziekliefhebbers is al weggevoerd door een van mijn collega’s.

Wat rest zijn een aantal liefhebbers die wat later huiswaarts keren, zo ook het oudere stel die zich naar de voordeur van de tram begeeft.

Ik open de deur en beide stappen in, de dame, op leeftijd en in het net en de heer onberispelijk in pak met hoed.

De dame presenteert mij een toegangskaart van het concertgebouw en vraagt ” mogen wij met u mee bestuurder” .

Ik pak de kaart aan en doe alsof ik hem bestudeer, open mijn cabinedeurtje en vraag aan het echtpaar ” als u mij zou willen volgen” , en loop naar de eerste tweezitsbank achter mij, waar op dat moment een jong stel zit.

De jonge man die op de bank zit en druk bezig is met zijn smartphone reageert met enige verbazing als ik hem vraag om op te staan.

” waarom moet ik op staan” vraagt hij, ik antwoord ” omdat hij waarschijnlijk op de verkeerde plek is gaan zitten.

overrompeld staat het jonge stel op en gaat even verderop zitten op een andere tweezitsbank en beide storten zich op hun pokkies, waarschijnlijk om het net gebeurde via social media met hun honderden vrienden te delen.

Het oudere paar staat ondertussen te wachten achter mij en gaan pas zitten op de bank als ik hun daarom verzoek.

Nadat beide plaats hebben genomen geef ik de toegangskaart terug en wens hen een goede reis.

Verder gaan we over de van Baerlestraat met zijn hobbelige rails die ervoor zorgen dat je nieren als die nog niet aan het wandelen waren na zes ritten dan toch wel aanstalten maken om op te staan.

Over de tweede halte op het museumplein richting Ruysdaelkade waar de dames van plezier hun klanten naar binnen proberen te lokken voor wat fysiek vertier en waar ik mij vaak bedenk dat het toch wel een zwaar beroep moet zijn, zo achter dat raam zonder dubbelglas in deze koude zoals wij nu ervaren.

Ondertussen kan ik via het beeld scherm kijken naar het oudere echtpaar op de tweezitsbank en luister ik naar hun conversatie over wat zij net hebben gehoord in het concertgebouw, over dat zij morgen hun dochter moeten bellen om te bedanken voor de kaarten en dat het leertje van de kraan in de wc vervangen moet worden omdat deze lekt.

Beide mensen zijn volledig op elkaar afgestemd en genieten van elkaar op een manier die volgens mij ongekend is.

In het beeldscherm kan ik ook het jonge stel zien dat nog steeds verwoed bezig is met hun telefoons en verder geen woord tegen elkaar zeggen.

Bij het naderen van de Keizersgracht komt daar plotseling verandering in en zegt de jonge man tegen zijn metgezel ” kom sta eens op, we moeten er hier uit, anders moeten we dat hele pokkeneind terug lopen” .

De jonge vrouw antwoord met een Hmmm en schuift naar het einde van het bankje en beide gaan bij de eerste deur wachten tot ik stil sta op de halte en de deuren zich openen.

Maar de deuren gaan niet open en de jonge man bijt mij toe ” kan die kut deur niet open”.

Ik zeg dat hij dan enkel zijn vinger omhoog hoeft brengen en op de daartoe bestemde knop hoeft te leggen en dat na het uitoefenen van enige druk met die vinger de deuren zich zullen openen.

De jonge man kijkt mij aan zoals jonge mannen kunnen kijken als zij worden aangesproken, en dit geldt zeker voor jonge mannen in het gezelschap van jonge vrouwen, venijnig dus, drukt op de knop en stapt op het uitroepen van ” zijkerd ” de tram uit gevolgd door de jonge vrouw en het valt mij op dat beide niet uitchekken in weerwil van het verzoek dat Mark, onze ingeblikte omroeper, diverse malen tot hun gericht heeft, exit jeugd, verder gaan we met de reis.

De oudere man achter mij heeft alles gevold en zegt tegen zijn vrouw ” hebben die het even gezellig met elkaar”

De dame glimlacht, en ik ook, want de humoristische ondertoon van de heer is onmiskenbaar, en zij zegt ” ze zijn nog jong en moeten nog een hoop leren “.

Verder gaan we weer over de munt, het spui, waar wij nog een paar verlate bioscoop bezoekers oppikken, over de dam en langs occupy naar het centraal station.

En nog voordat het echtpaar heeft kunnen opstaan om uit te stappen open ik mijn voordeur en stap zelf uit en wacht naast mijn deur tot het echtpaar uitstapt.

De dame dient zich als eerste aan en en ik bied mijn linkerarm aan om haar te ondersteunen, zij kijkt mij aan, lacht en steunt op mijn arm en stapt voorzichtig uit.

De heer volgt haar en op mijn vraag of de reis comfortabel was antwoord de heer

” het eten was goed, de muziek hemels en de reis onvergetelijk”.

En na een laatste goedenavond wandelen zij gezamenlijk, gearmd en naadloos in elkaar overgaand als zijde een, richting ingang van het station.

Dinsdagavonden

Mijn dinsdagavonden zijn, als ik niet hoef te werken, gevuld en interessant.

Dit komt doordat op die avonden de twee zonen van mijn zusje bij ons eten, dit is een regeling die getroffen is omdat mijn zusje op de maandag en dinsdag tot laat moet werken.

Het interessante bestaat uit het gegeven dat de jongste van de twee een heerlijke spring in het veld is, net over van de lagere school, een brugpieper dus, die altijd bezig is met het ontdekken van de wereld om hem heen.

Hij praat bij ons honderduit over zijn belevenissen van die dag, de lessen die hij heeft gevolgd, de experimenten die hij heeft gedaan, de klasgenootjes die hij heeft gesproken, de spelletjes die hij heeft gespeeld en de kaarttricks die hij heeft geleerd.

Hij is voor alles in en doet dan ook van alles, dit soms tot ongenoegen van zijn moeder, want heeft hij niet een nieuw wakeboard nodig dan moet hij wel nieuwe plectrums voor zijn elektrische gitaar hebben of een akoestische gitaar omdat de electrische toch net weer even anders is.

Daarnaast sport hij ook nog, hij doet aan atletiek, en beoefent hij een realtime 3D spel, waarbij hij voor een imaginaire wereld allerlei figuurtjes moet beschilderen alvorens die te kunnen gebruiken.

Kortom een kleine drukke baas met een energie waar ik jaloers op ben.

Zijn broer is van hetzelfde hout gesneden, maar die beweegt zich op een ander level want deze jongeman heeft al redelijk door waar het in deze wereld om draait, en is dus zodoende bezig om zich een plekje te verwerven in deze maatschappij.

Dit doet hij doormiddel van de baan, die hij onlangs verworven heeft na zijn MBO opleiding in de fijnmetaal, door de omgang met een groep fijne vrienden en door de relatie met zijn vriendin.

Op het ogenblik werkt hij voor een bedrijf dat gespecialiseerd is in micro audio toestellen oftewel oortjes, oortjes voor geluidsdrager, oortjes voor doven, oortjes voor muzikanten.

En omdat hij nog maar kort bezig is bij dit bedrijf is hij er vol van en praat hij ook honderduit over zijn ervaringen van die dag en de dag ervoor.

Daarbij komt ook nog dat mijn vrouw, die in het AMC op de poli vasculaire geneeskunde die dag familie spreekuur heeft, en op die dag topsport bedrijft, ook haar steentje bijdraagt evenals mijn zoon, die vrolijk meedoet en verhaalt over zijn escapades.

Zo zitten wij dan met z’n vijfen aan tafel, waarbij we de maaltijden nuttigen die ik graag mag bereiden.

De gesprekken zij vol en leuk, de grappen over en weer niet van de lucht en de sfeer altijd ongelofelijk goed en het geheel doet mij terug denken aan de maaltijden thuis in de haroekoestraat als kleine jongen en later uiteraard als jong volwassene, waarbij wij ook met z’n vijfen aan tafel zaten, en waarbij het net zo druk en gezellig was.

Ik voel mij, denk ik, net zoals mijn vader zich gevoeld moet hebben, moe maar gelukkig.

Een gouden greep noemt mijn vrouw het en daarmee ben ik het volledig eens, het werpt je terug en laat je vooruit kijken, mooier kan niet.

Roken en open vuur verboden

Een tijdje geleden hadden wij met lijn 16 en 24 te maken met opbrekingen in ons gedeelte van de Ferdinand Bolstraat.

De werkzaamheden bestonden hieruit dat de gasleidingen die naar de woningen toe lopen vervangen werden door flexibele leidingen, dit met het oog op eventuele verzakkingen door de werkzaamheden aan de Noord/Zuid lijn.

En dat is goed, want je moet er niet aan denken dat door eventuele verzakkingen, en die zijn dus niet ondenkbaar zoals we nu weten, er een gasleiding zou knappen waaruit liters gas zou ontsnappen om als een zwaard van Damocles boven de Pijp te hangen.

Nee, gelukkig was men zo verstandig om de leidingen bijtijds aan te passen.

Ik werd net zoals zovele andere bestuurders voor mij ook geconfronteerd met deze werkzaamheden toen ik aan het begin van een valse avonddienst, je raadt het al, dienstje 20, bij de halte van onze ” famous streetmarket” aankwam.

Staande op de kop van de halte zag ik hoe een medium size graafmachine aan het werk was en zodoende mijn route richting Stadhouderskade versperde.

Een paar meter voor de grommende machine zaten in een al eerder gegraven sleuf twee medewerkers op de rand van de sleuf klaarblijkelijk te wachten tot ook zij verder konden met hun werkzaamheden.

Het winkelende publiek, die altijd wel aanwezig zijn bij de cuyp, baande zich een weg langs rood witte linten en andere obstakels om hun weg door de Bol te kunnen vervolgen.

Meerder van deze obstakels werden gevormd door driehoekige geraamtes als zijnde een indianentent maar dan van madurodam grootte , met daarop in het rood geschreven de tekst ” Roken en Open Vuur verboden”.

Een duidelijke waarschuwing dat men ter plaatse niet met lucifers moest spelen en ook niet roken, waarschijnlijk omdat men hier te maken had met een potentiële gevaarlijke situatie.

Terwijl ik daar zo naar zat te kijken haalde een van de grondwerkens een pakje shag uit zijn borstzak en begon een sigaret te rollen.

Dit vond ik interessant gezien de waarschuwings borden langs het gegraven traject en was benieuwd of de grondwerker het sigaretje in lichterlaaie zou zetten of opslaan voor later gebruik op een misschien wat veiliger plek.

Maar nee hoor, de man ging rechtop in de sleuf staan en viste uit zijn rechterbroekzak een aansteker op, bracht de hand met aansteker omhoog richting sigaret, die inmiddels tussen de lippen was gestoken en zette onverwijld de sigaret in de brand.

Verbazing aan mijn zijde en nieuwsgierigheid dwongen mij als het ware om even mijn tas in te pakken en de tram te verlaten teneinde te vragen of de sigaret die de medewerker van de gasleidingaanpas dienst opstak misschien een geheel nieuw electronisch sigaretje was, die men wel aanstak maar toch geen vuur bevatte.

En omdat het monster voor mij nog steeds bezig was om happen zand en aarde uit het vlees van Ferdinand te rukken had ik ook even de tijd om de mannen te vragen naar het waarom van de waarschuwings borden.

Ik liep op beide mannen toe en op mijn ” goede middag heren ” werdlauw gereageerd en zij gingen verder met hun eigen conversatie.

Ik ging nog wat dichter bij beide mannen staan, in de comfortzone zeg maar, en vroeg aan degene met de sigaret in de mond waarom die waarschuwings borden toch wel waren.

De man keek mij aan met een blik van ” waar bemoei je je mee” en antwoorde dat het zo moest van Europa, oké zei ik en is het ook bekend waarom Europa dit zo wil, weer bekeek de man met de sigaret aan zijn lippen mij, zei niets, stapte de sleuf uit en riep een andere medewerker, die klaarblijkelijk de opzichter van de werkzaamheden was.

Een ander niveau, een andere benadering, want de opzichter kwam op mij af stak zijn hand uit en zei goedemiddag heer, ik nam de hand in ontvangst en zei, voor u ook een goede middag.

Hij keek mij daarop vragend aan en ik herhaalde mijn vraag van zo even, ook hij antwoorde dat het grondwerk bedrijf verplicht was door Europese regelgeving om deze borden bij potentieel gevaarlijke situaties te plaatsen.

Vreemd zei ik tegen hem dat de trams en het publiek dan nog steeds door konden lopen en rijden en dat zijn eigen medewerker rookten, zeker de trams want die zitten vast aan een stroomdraad en zoals wij allen weten kunnen pantografen nog wel eens vonken trekken en bij mijn weten is het dan mogelijk dat potentiële gevaarlijke situaties escaleren tot een ramp in het geval van rondzwervend gas.

De opzichter werd ineens minder toeschietelijk en veranderde van tactiek, draaide zich van mij weg en zei dat als ik meer wilde weten ik maar contact moest opnemen met de uitvoerder.
Heel interessant om te zien hoe een mens binnen de minuut kan veranderen, een soort Jekkyl en Hydes act.

De man Liep weg en de graafmachine voor mij eveneens en de bestuurder van de machine begon vanuit zijn cabine heftig te wuiven met zijn arm ten teken dat ik snel door moest rijden, de omgekeerde wereld in dit geval maar mij niet onwelkom gezien het feit dat ik door dit intermezzo met een vertraging van een aantal minuten te maken kreeg en omdat mijn punctualiteit in het geding kwam besloot ik op te stappen en door te rijden.

Aangekomen bij de Stadhouderskade werd mijn trammetje belaagd door een horde die al een tijdje op mij stond te wachten, en voordat alles uit en in was gestapt was ik weer een aantal minuten verder.

Ondertussen probeerde ik contact te maken de CVL om te vragen of daar iets bekend was omtrent de aard van werkzaamheden in de Bol.

Het duurde tot de keizersgracht voordat ik contact kreeg en vroeg de centralist of hij bekend was met de werkzaamheden en of hij ook bekend was met de aard van de werkzaamheden en of het wel verstandig was om langer met trams door de Bol te rijden met oog op een potentiële gevaarlijke situatie.

De centralist gaf aan dat hij bekend was met de werkzaamheden maar niet met met de aard daarvan en op de vraag of wij daar nog wel langer moesten rijden antwoorde hij dat hij wel even OV. Zorg langs zou laten gaan om de situatie te beoordelen.

Tja en daar sta je dan als volwassen kerel, en wordt er tegen je gezegd dat men de situatie wel door een ander zou laten beoordelen , en niks ten kwade van die ander hoor maar bij mijn weten heeft een lid van OV. Zorg geen brandveiligheids opleiding genoten en is het enigste wat hij kan doen langs rijden met de opzichter praatten en te horen krijgen dat Europa het zo wil en dat er eigenlijk niets aan de hand is, dat de waarschuwings borden eigenlijk alleen maar ruimte innemen en verder nergens goed voor zijn.

Ik ben niet bij het gesprek tussen de OV. zorg medewerker en de opzichter geweest, maar het zal ongeveer wel zijn verlopen als ik dacht, want wij bleven tijdens de werkzaamheden aan de gasleiding vrolijk door de Ferdinand Bol rijden en het winkelpubliek bleef zich tijdens deze periode rokend en wel door de Bol begeven.

Ik kan hier dus wel de conclusie aan verbinden dat Europese regelgeving een wassen neus is en dat wij in Nederland het beter weten.

Oh ja en Feedback is een begrip dat nog niet is doorgedrongen tot het GVB want ik heb tot op de dag van vandaag van de centralist geen terugkoppeling gehad aangaande mijn vragen.

Zo moe

Lees net een berichtje van mijn ploegmateuse(vrouwelijk equivalent voor ploegmaat) dat zij zich op de bank genesteld heeft en zich heel moe voelt.
Ik hang ook een beetje op de bank en ben de blog van Luuk Koelman (aanrader) aan het lezen en plaats wat reacties op de door hem geschreven stukjes en voel mij ook moe.

Hoe komt het toch dat je na vier avonddiensten je zo moe bent zodat er eigenlijk niets anders overblijft dan een beetje op bank hangen en je Facebook checken.

Is het de leeftijd, ik ben inmiddels tegen alle verwachtingen in, beland in mijn 55e levensjaar, dan zou mijn ploegmateuse een stuk minder moe moeten zijn want zij is een stuk jonger dan mij, ik zeg niet hoeveel jonger want dat doet een heer niet.

Maar niets is minder waar, zij is echt moe en als ik mijn jongere collega’s mag geloven dan voelen zij dit ook, een geestelijke moeheid die zich nestelt in alle vezels van onze lichamen.

Wat is er dan aan de hand, is het soms de werkdruk die in de loop der jaren hand over hand is toegenomen gecombineerd met een maatschappij die ook niet stilstaat en waarbij je moet rekken en strekken om bij te blijven.

Even terug naar die onevenredig toegenomen werkdruk, onevenredig ja, want als mijn salaris net hard was gestegen als de werkdruk dan was ik ik een heel andere belastingschijf terechtgekomen.

De werkdruk die bestaat uit het laveren door een drukke stad met een 35 ton zwaar voertuig, die op stalen wielen in twee stalen gootjes voortbeweegt en dus door door de combinatie van die twee materialen niet de beste vertragingsfactor heeft van alle voertuigen.

De werkdruk die bestaat uit kaartverkoop, informatie verstrekken aan toeristen, vaak doorgeblowde jonge Italianen , Fransen en Engelsen, wat op zich vaak inhoudt dat het einenken moeseoem inderdaad op onze route ligt en dat Mellow Yellow geen zaak is die bloemenhoning verkoopt.

De werkdruk die verder wordt opgebouwd door toedoen van de capriolen van medeweggebruiker, vaak kakkerlakken ( dit woord wordt door de vakvereniging van taxi chauffeurs zelf gebezigd) die menen dat het asfalt hun toebehoord.

En in het geval van de bestuurders van de lijnen 16, 24 en 5, is de werkdruk nog groter omdat de mensen die op een van deze lijnen werken het alleen moeten doen zonder hulp van een conducteur.

De werkdruk die bestaat uit het gevoel dat je bekruipt als er weer eens een meneer of mevrouw langs je open eerste deur snelt om nog even je deur deur twee of deur drie open te houden om mee te rijden zonder te betalen. Collega’s zeggen wel eens ” het doet me niks ” , en ik zou ook beter moeten weten maar het knaagt wel aan je en draagt zodoende wel bij aan de werkdruk.

Zou dan die werkdruk , gecombineerd met het ouder worden en de veranderende maatschappij er dan voor zorgen dat je gewoon moe bent, ik denk het wel, nu kan ik aan de werkdruk niet veel doen, maar mijn werkgever wel, en het leuke is dat ik zojuist via een berichtje op Facebook van Edwin,een brief van Frits lees die ons weet te vertellen dat wij op lijn 16 tot wel een hele minuut rijtijd erbij krijgen.

Ik lazert bijna van de bank, want een hele minuut dat is nogal wat, in 60 seconden kunnen werelden veranderen, win je de 1500 meter met een minuut verschil dan ben je de eerste 50 jaar het Guinness books of records nog niet uit.

Ga maar eens tellen eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig,vierentwintig,vijfentwintig…… etc
Lange hè

In een minuut zat André Kuipers al op een abominabele hoogte in zijn ruimte capsule, tjee een hele minuut erbij, ik denk dat de rode loper voor de mensen die dit voor elkaar hebben gekregen nu wel uit kan, een hele minuut man joepie, of toch niet joepie, want hebben wij een minuut rijtijd nodig of wat meer buffertijd.

Want zeg nou zelf, zou je niet liever een minuut langer willen recupereren dan rijden, want als je een minuut langer de tijd krijgt om je route af te leggen dan bestaat het gevaar dat je dus te vroeg aankomt en als dat maar te vaak gebeurt dan kan het management zeggen, het EBS geeft aan dat jullie die minuut niet nodig hebben, en dan ben je weer terug bij af.

Nee dan liever een minuut buffertijd erbij dan heb ik zes inplaats van vijf minuten, als ik tenminste op tijd ben, en dan kan ik mijn wagen naar het kopteken rijden(is dus al buffer minus een) uitstappen naar het huisje lopen(is weer minus een, nog vier te gaan) deur openen en naar binnen gaan, tas neerzetten(wederom een minuut eraf, nog maar drie)Snel naar het toilet, vergeet het handen wassen en het dichtdoen van je gulp maar even, want op een bepaalde leeftijd gaat de kraan, en dan bedoel ik niet die bij de wasbak, niet zo ver meer open(de resterende 3 minuten eraf) je staat nu in het rood op het scherm en bent gedwongen aangaande de afspraken om naar je wagen te gaan en zo snel mogelijk te vertrekken, shit over werkdruk gesproken, toch niet zo gek dat we moe zijn.

Geen tijd om met je collega’s te socialiseren, geen tijd om een defect in de zuil te zetten(ik vraag mij af of bij de berekeningen van tijd aan het eindpunt is meegenomen hoeveel tij wij gemiddeld kwijt zijn met het invullen van defecten aan de voertuigen) nee wegwezen want de SRA verwacht van ons dat wij onze ritten op tijd rijden,

Doen wij dat niet dan worden wij volgens het bonus malus systeem gekort en zitten de managers met een probleem omdat zij hun targets niet halen en dan worden er maatregelen bedacht om er voor te zorgen dat wij wel op tijd kunnen rijden( om de halte stoppen of zo, op de oneven dagen halte een en drie aandoen en op even dagen de haltes twee en vier) wordt lullig in een schrikkeljaar.

Wij mogen blij zijn dat wij niet in hun schoenen staan, want zo een werkdruk lijkt mij helemaal killing, ervoor zorgen dat hun lijn rijdt volgens de richtlijnen van een kabinet dat ervoor zorgt dat Nederland helemaal geprivatiseerd wordt.

Nee dan liever het gezonde verstand dat zegt dat wij er in eerste plaats voor de consument zijn en niet voor het EBS.

Dan liever een maatschappij die erkent dat het OV geen productie werkplaats is en die inziet dat dat alle Nederlanders recht hebben op een goed OV. Desnoods gefinancierd door ons allemaal.

Haal de gekte uit de maatschappij dan zijn we allemaal een stuk minder moe.

Eerste Hulp Bij Aanrijdingen

Eerste Hulp Bij Aanrijdingen

Dit verhaal stamt uit de tijd dat de film “Keetje Tippel” net was uitgekomen en het GVB wagen 700 had laten beschilderen met allerlei kleurige stippen waardoor de tram in de volksmond “keetje stippel ” werd genoemd.

De exacte datum is mij na al die jaren ontschoten ,daarintegen staan de gebeurtenissen mij nog glashelder voor de ogen en als ik wel eens aan mijzelf twijfel grut ik rond in mijn winkelstraat van ervaringen en diep daar het volgende verhaal op om mijzelf ervan te verzekeren dat ik niet aan mijzelf hoef te twijfelen.

Op een zaterdagmiddag reed ik een dienst op lijn 13, die toen nog de route volgde via het Bos en lommerplein en plein 40-45.

De tram was goed gevuld met mensen die aan het winkelen waren geweest of nog moesten., wij reden met zijn allen richting het centrum.

Vanaf de halte mercatorplein had ik een ex collega naast mij staan, die lekker naast mij bleef staan en aan het verhalen was over zijn nieuwe baan, namelijk die van taxi chauffeur.

Hij verhaalde over de vrijheid die hij genoot, over zijn Mercedes benz die hij bestuurde en over het vele geld wat hij met zijn werkzaamheden verdiende.

Verder ging het door de Jan Evertsenstraat waar ter hoogte van de markt een vijftal agenten bezig waren om parkeerterorristen op te sporen door her en der bonnetjes onder ruitenwissers te plaatsen.

Al keuvelend en rijdend passeerden wij de Admiralengracht , Witte de Withstraat en kwamen aan bij de ” Krommert” .

Op het moment dat ik richting halte reed kwam ons een auto met grote vaart tegemoet, maar dan wel aan de verkeerde kant van de weg, goh dacht ik nog, zeker last van de Engelse ziekte en dan bedoel ik niet de gekke koeienziekte maar meer het feit dat mensen die lang overzee zijn verbleven wel eens moeite hebben met het concentreren op rechts rijden( dreadlock holiday).

Omdat het verkeer dat achter mij had gereden bij het naderen van de halte kans zag om ons in te halen dreigde even frontale aanrijding tussen derden.

Gelukkig reageerde de “Engelsman” allert en stuurde zijn wagen met een korte heftige bocht naar rechts om de voor hem aanstormende meute te ontwijken.

Echter had hij over het hoofd gezien dat aan mijn linkerkant, voor ingewijden, de ” blinde zijde” , ook een rij auto’s stond te wachten.

Daarnaast, wat heel spijtig voor hem was, was hij waarschijnlijk ook niet bekend met het remvermogen van een tram volgeladen met koopjesjagers.

Deze beide onderschattingen van zijn kant resulteerde in een confrontatie tussen mijn bumper en zijn linkerachterlicht, waarbij, en dat zal u niet zeer verbazen de bumper van de tram aan het langste einde trok.

Nu is over het algemeen bekend dat boem Ho is, zo ook in dit geval, alleen duurde het Ho gedeelte minder lang dan ik verwachte.

Uit de auto kwam een enigszins studentikoos type gevlogen met halflang haar alla Mathijs van Nieuwkerk, gekleed in een spijkerbroek en een corduroy jasje met lapjes op de ellebogen, voor het betere ellenbogenwerk, die wild gebarend in duidelijk Nederlands vroeg, of ik niet uit mijn doppen kon kijken.

Hier werd ik in mijn verwachtingen teleurgesteld, want ik verwachte dat ik in het Engels zou moeten uitleggen dat wij hier in Nederland toch echt rechts reden en dat al voor heel wat jaren,en dat het absoluut niet goed voor zijn gezondheid zou zijn als hij in zijn rijstijl zou volharden.

Inmiddels had ik de voordeur geopend om de geleden schade te bekijken om een rapportje op te maken.

in duidelijk ABN en beslist geen amsterdamse of engelse tongval, maakte de student gewag van het feit dat hij arts was op weg naar een spoedgeval.

Daarop ontvielen mij de woorden dat als hij in vervolg dan toch maar beter zijn zwaailichten aan moest zetten als hij van plan was om links te blijven rijden omdat anders de noodgevallen hem wel eens boven zijn hoofd konden groeien.

Duidelijk geagiteerd draaide de student/arts zich om en riep mij toe dat hij geen tijd had voor deze onzin en dat hij mij wel later zou spreken, hij stapte in zijn auto en reed met gezwinde spoed weg.

Ik vond het vrij logisch dat een arts met een spoegeval zo snel weer vertrok na onze encounter maar prees mijzelf wel gelukkig dat ik zijn kenteken had genoteerd en dat ik een zeer goede getuige naast mij had in de vorm van mijn ex collega.

Na deze kortstondige ontmoeting met een van Nederlands hogeropgeleiden reed ik naar de halte om de mensen die in de tram zaten en die toch wel een tikkie onrustig werden van het oponthoud, hoe kortstondig ook, te bevrijden van hun onrust gevoelens door de deuren te openen.

Zichtbaar opgelucht stapten sommige van de shoppers uit en even opgelucht werd hun plaats ingenomen door anderen.

Via de mobilofoon lichtte ik de de toenmalige centraalpost in over het gebeuren en de beloofde de centralist dat ik eenmaal weer op het eindpunt van lijn 13 beland, zou bellen om de gegevens door te spelen.

Verder ging het met de rit richting centraal station mijzelf nog verbazend over het feit dat de dingen niet altijd zijn zoals ze lijken te zijn.

Op de halte Bilderdijk nam ik afscheid van mijn ex collega nadat hij mij zijn gegevens had overhandigd, die nodig waren om hem als getuige te kunnen opvoeren.

Wist ik veel dat het muisje, in dit geval esculaapje, nog een staartje zou hebben, want op het moment dat ik de volgende halte aan wou doen werd ik aan de blinde zijde, voor leken de linkerkant, ingehaald door een wit busje.

Weer een Engelsman dacht ik nog, maar nee gelukkig bleek het een politiebusje te zijn.

Het politiebusje schoot voor mij de halte op en stond gelijk stil, nu prijs ik mijzelf gelukkig dat ik niet al te hard reed, al remmende was om te halteren en over een reactie vermogen beschikte waar zelfs de ” zwarte Panter” en dan bedoel ik Nederlands beste keeper ooit, Frans de Munk, jaloers op zou zijn.

Ik dook bovenop de rempedalen teneinde de tram stil te krijgen voordat mijn bumper ten tweede malen een encounter of the first kind te verwerken kreeg, en verdomd het lukte, op een olifantenhaar van het politiebusje kwam de tram tot stilstand.

Wat nu volgt mag men proberen te visualiseren ,de beide voorportieren klapten open, de zijdeur werd met kracht opengegooid en eruit gevlogen kwamen de kwamen vier van de vijf antiparkeer helden die in de Jan Evertsenstraat zo noestig bezig waren geweest om Amsterdam te vrijwaren van foutparkeerders.

Deze actie verliep echter niet geheel vlekkeloos, de agent die achter het stuur van het busje had gezeten moest zich schielijk terugtrekken om dat vanaf de andere kant een lijn 13 met haast aankwam stormen.

Twee van de agenten die uit de schuifdeur kwamen zetten liepen elkaar dusdanig in de weg zodat beide zich ternauwernood overeind konden houden.

De politieman die uit de rechtervoordeur gevlogen kwam realiseerde zich net iets te laat dat hij zijn pet nog op had en verloor hem dan ook prompt omdat politiebusjesvoordeuren niet berekend zijn op uit de kluiten gewassen mannen met petten op.

Alles bij elkaar leek het in niets op de acties die op tv of film wel eens ziet van zo een SWAT team of andere politie eenheid, nee het leek eerder op een van die scènes die je als kind zag van de Comedy Capers, dit gegeven en het feit dat de adrenaline nu toch wel door mijn lichaam spoot zorgde ervoor dat ik ter plekke een onbedaarlijke lachbui kreeg en waarschijnlijk omdat ik zo moest lachen deden mijn passagiers die het ook allemaal konden aanschouwen met mij mee.

Alleen de hermandad die nu bij mijn voordeur stond te trappelen deelde niet in onze vreugde.

Op aangeven van, laat ik hem maar de petcop noemen, moest ik mijn voordeur openen( nu was ik dit toch wel van plan gezien het feit dat ok op een halte stond) wat ik dus deed, en gelijk werd mij mede gedeeld dat ik was aangehouden.

Terwijl ik dit verwerkte en mij afvroeg of ik soms een bekeuring niet op tijd betaald had, vroeg ik petcop of ik soms de andere deuren nog mocht vrijgeven, dat mocht maar daarna moest ik wel als de wiedeweerga van de tram afkomen en plaatsnemen in het busje, wat ik dus deed want ik was nu wel heel nieuwsgierig naar het waarom van deze politionele actie.

Nadat ik plaats had genomen in het busje, begroete ik de vijfde musketier die tijdens de actie daarin was achtergebleven , op mijn “goedemiddag agent” werd echter niet bijster enthousiast gereageerd, wat bij mij het vermoede opwekte dat ik misschien wel echt in de problemen zat want zoals u zich kunt voorstellen zat het mij niet echt lekker dat ik door vijf mannen van de wet van mijn trammetje werd gehaald op een doorsnee zaterdagmiddag.

Nadat de overige juten zich ook in het busje hadden geïnstalleerd reed de bestuurder, laat ik hem stuurcop noemen weg van de halte.

Vervolgens werd het busje aan de overkant van de weg op het trottoir en op de brug geparkeerd, vervolgens draait petcop zich om en vraagt aan mij ” weet jij wel wat er staat op doorrijden na een aanrijding” PING, het kwartje viel meteen, in antwoord vroeg ik aan petcop die een hoofdagent bleek te zijn belast met de opleiding van de andere vier agenten in de edele kunst van ” Hoe Schrijf Je Zo Veel Mogelijk Parkeerbonnen Uit Op Een Zaterdagmiddag In Amsterdam” oftewel HSJZVMPUOEZIA , of hij misschien benaderd was in de Jan Evertsenstraat door een studentikoos uitziende man in een auto met een gebarsten linkerachterlicht.

” Ja zei hij en of hoe ik dat wist”, ” Dat is een gave zei ik”, en nee ik wist niet hoeveel er stond op doorrijden na een aanrijding omdat ik dat nog nooit had meegemaakt.

Mijn antwoord werd niet op waarde geschat en om zich nog meer bij zijn volgers te manifesteren beet hij mij toe dat het zingen mij nog wel zou vergaan en dat hij genoeg van mij had, ik antwoorde daarop dat dat nu exact ook mijn gevoelens waren en even had ik het idee dat mr macho/petcop mij het busje uit wou trekken om in de gracht te dumpen, dat idee had de slimste van zijn vier musketiers ook want die legde een hand op zijn arm en zei dat het misschien wel een goed idee was om het HB op te roepen om wat meer gegevens van de arts te pakken zien te krijgen zodat deze een verklaring kon afgeven.

Nu had ik de man kunnen helpen door hem het kenteken van de student/arts te geven, maar er was iets in mij dat zei ” laat het hem maar zelf uitzoeken” een klein duiveltje die opspeelde , want hij kon mij toch niks maken, op aanraden van dat duiveltje heb ik besloten om de macho/hoofdagent/petcop geen gegevens te verstrekken.

Ondertussen stond mijn trammetje stil en onbeheerd op de halte en daarachter kwam nog een tram te staan en even later nog een en daarna nog een en zag ik een collega, misschien wel ongerust rond mijn tram lopen, want ook hij kon zijn rit nu niet vervolgen om al die steunpilaren van de economie naar hun volgende transactie te vervoeren.

Ik besefte inmiddels ook dat ik de centraalpost niet had kunnen inlichten dat ik ontvoerd was door een machocop en zijn vier hondjes en dat het hele GVB nu inmiddels wel op zoek was naar mij.

In het busje werd het intussen steeds gezelliger want ik begon op de manier van Lenny Kuiper van lijn 24 vragen te stellen aan de vier suruminairs, zoals; wat staat er nou op het ontvoeren van een trambestuurder, en wat het nou zowel koste om een pet te vervangen, en of het moeilijk was om als provinciaal je weg te vinden in Amsterdam.

Ondertussen probeerde petcop een verklaring omtrent het gebeuren van mij los te krijgen, ik zei tegen hem dat geen haar op mijn hoofd eraan dacht om onder deze omstandigheden ook maar iets los te laten over het gebeuren en dat ik wachtte op assistentie.

Maar ja assistentie was ver te zoeken, wel zag ik het inmiddels van alle kanten qua verkeer helemaal vast lopen en bemerkte ik bij de hulptroepen van petcop steeds meer ongemak omtrent de hele situatie.

Intussen was petcop druk bezig om via andere kanalen gegevens te krijgen en dat schoot niet echt op, arts niet bekend, auto niet bekend want de bonnenslingeraars waren vergeten om het kenteken van de man te noteren in weerwil van het bonnennoekje en pen die zij toch in hun handen hadden.

Dus het duurde en duurde maar en qua tijdverspilling begon het te lijken op het doen van aangifte in de huidige tijd.

Maar zoals altijd als de nood het hoogst is is de redding nabij, in dit geval dacht ik dat toen ik een wagentje van het GVB zag komen aanrijden met daarin, jawel een heuse chef, die zijn voertuig aan de andere kant parkeerde, uitstapte en naar mijn trammetje liep, een blik wierp in de cabine, instapte, even rommelde in de cabine en vervolgens weer uitstapte naar zijn wagen terugliep en peinzend rondkeek, vervolgens ontwaarde hij het politiebusje aan de overkant van de weg en liep die richting op.

Nu is het snel gebeurd dacht ik, daar is de cavalerie, die gaat mij ontzetten, uitleggen dat het allemaal op een misverstand berust en dat ik zo een beetje de meest eerbare bestuurder ben van dat hele rijdende legioen mannen en vrouwen die dagelijks in weer en wind van vroeg tot laat en in de nacht op de weg en over het water de economische motoren in Amsterdam op hun plaats van bestemming brengt.

KADENG!!!!!!! Dat was het geluid van de deur die tegen mijn neus aanknalde, niets van dat alles,geen bevrijding uit een benarde positie, geen happy end, de chef vraagt aan de machocop of hij mij even mag spreken, verstaanbaar want inmiddels zijn de andere vier lolbroeken het busje ontvlucht om aan mijn spervuur van irritante vragen te ontkomen en hebben zij de schuifdeur open laten staan zodat de conversatie tussen machocop en hufterchef duidelijk te volgen is, ja dat mag zegt machocop.

De hufterchef steek zijn hoofd naar binnen en vraagt aan mij” heb jij misschien het paard van die tram bij je zodat ik hem weg kan rijden”,

nu verdient het woord” paard” in de context enige verklaring voor leken, kijk het paard is in dit geval niets anders dan dat de contactsleutel is voor uw auto, heeft u geen auto dan kan u het ook bezien als zijnde de alcohol bij een slecht feest, om de boel aan het rollen te brengen zal ik maar zeggen.

Mijn universum veranderde op dat ogenblik, er bestond geen busje meer, zelfs de argonautjes van de sterke arm waren verdwenen er reste alleen nog maar een zwart gat, een zwart gat met vorm van het hoofd van hufterchef, en Zo als u weet trekken zwarte gaten alle materie in hun omgeving aan , zo ook in dit geval, het paard, een looig geval van messing met een bakelieten knop zeilt als vanzelf, aangetrokken door het zwarte gat door mijn universum van dat ogenblik, op een of andere wonderbaarlijke manier trotseert het paard alle weten van de natuur, vliegt langs het zwarte gat zo de oneindigheid in van de Nassaukade.

PLONS!!!!!!! Klinkt het als het ene universum het andere ontmoet.

NEE!!!!!! Klinkt mij antwoord, ik weet niet waar dat verdomde paard is.

De cavalerie kijkt mij aan, draait zich om en blaast de aftocht, hij weet zich verslagen door de roodhuiden.

Ik stap het politiebusje uit, en zeg tegen niemand in het bijzonder, ik ga nu naar huis, als je verder nog iets van mij wil doe het dan nu.

Ik draai mij om en begin te lopen en het bestaande universum glijdt geleidelijk aan weer op zijn plaats.

Dit verhaal heb ik omwille van het leespleizier opgeleukt maar de gebeurtenissen zoals de aanrijding, aanhouding en de hufterchef zijn waarlijk gebeurt.

Henk

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 96 other followers